Muziektherapie
Uit: Beroepscode en beroepsprofiel van de kunstzinnig therapeut van de Nederlandse Vereniging voor Kunstzinnige Therapieën (mei 2001)
Muziektherapie in de verslaafdenzorg
Geschreven voor de werkmap van een studiedag over Muziektherapie in de verslaafdenzorg, georganiseerd door de Vereniging voor Alcohol en andere Drugs in Brussel, als toelichting op mijn voordracht en workshops.
Heelheid ervaren door muziek te maken
Interview met Paul de Ridder, muziektherapeut op Arta, door Arianne Collee. Uit de nieuwsbrief behorende bij de Lievegoedlezing 2004, thema: zingeving.
Muziektherapie in de verslaafdenzorg op Arta
Artikel in Reliëf voorjaar 2006, het blad van de Vereniging voor Kunstzinnige Therapieën op Antroposofische Grondslag


Muziektherapie


Uit: Beroepscode en beroepsprofiel van de kunstzinnig therapeut van de Nederlandse Vereniging voor Kunstzinnige Therapieën (mei 2001)

Het wezenlijke van muziek is toonhoogte, toonlengte, toonsterkte en klankkleur. Dit komt tot uitdrukking in de muzikale elementen melodie, maat, ritme, dynamiek en tempo en wordt tot klinken gebracht door snaar-, blaas- en slaginstrumenten en door de zangstem. Muziek als geheel heeft een bepaalde gevoelswaarde en kan als zodanig algemeen harmoniserend, rustgevend of juist activerend werken.
De muzikale elementen afzonderlijk kunnen door hun karakteristieke eenzijdigheid juist een zeer specifieke en directe therapeutische werking hebben. Dit geldt ook voor de muziekinstrumenten, voor bepaalde aspecten van de zangstem en voor de adem.

In algemene zin ligt de kracht van muziektherapie in de mogelijkheid om het scheppend vermogen te ontdekken en dit tot uitdrukking te brengen en te beleven in enerzijds regelmaat en ordening en anderzijds ritme en beweging. Is er bij iemand sprake van verstoring van een van deze aspecten, zich manifesterend op psychisch of fysiek gebied, dan is verwijzing naar muziektherapie op zijn plaats.

De muziektherapeut stelt bij iedere cliënt een eigen diagnose. Deze zogenaamde muzikale diagnose geeft de verhouding weer van de cliënt tot de diverse muzikale elementen. Aan de hand hiervan, aangevuld met de bevindingen van de verwijzend arts, stelt de muziektherapeut een therapieplan op. Hierin geeft de therapeut aan welke muzikale elementen zullen worden toegepast en met welke instrumenten. Er wordt gebruik gemaakt van akoestische muziekinstrumenten en de stem.
De uitwerking kan in receptieve en actieve vorm zijn of in een combinatie van beide. De muziektherapeut begeleidt de oefeningen, vooral uitgaande van het muzikale proces en niet zozeer van de techniek. Door de muzikale diagnose als uitgangspunt te nemen, kan de muziektherapeut heel gericht werken, toegespitst op de individuele cliënt.

naar de top 

Muziektherapie in de verslaafdenzorg

Geschreven is voor de werkmap van een studiedag over Muziektherapie in de verslaafdenzorg, georganiseerd door de Vereniging voor Alcohol en andere Drugs in Brussel, als toelichting op mijn voordracht en workshops.

Muziek kan in de verslaafdenzorg effectief zijn als verbinding tussen gesprekken enerzijds en werk en stage anderzijds. Veel cliënten kunnen haarfijn uitleggen waarom het buiten niet zo goed gaat. Het in praktijk brengen van deze inzichten is een ander verhaal. Muziek kan de grote stap naar het handelen voorbereiden.
De doeners daarentegen moeten steeds achteraf constateren dat ze het niet goed aangepakt hadden. Muziek kan hun helpen tijdens het handelen de hersens erbij te houden.
Het hoofd enerzijds en de handen en voeten anderzijds zijn in onze maatschappij doorgaans goed ontwikkeld. Maar omdat het hart er vaak nogal bekaaid afkomt, verdwijnt het gevoel uit denken en handelen, waardoor deze kunnen desintegreren. Je kunt vluchten in het denken (de illusie) of in het doen (de workaholic). Het uiteindelijke doel van de muziek is het hart weer te integreren in het dagelijkse leven. Met muziek als liefhebberij, als zingevende vrijetijdsbesteding, is natuurlijk niets mis. Waar het echter uiteindelijk om gaat is het kunstzinnige tot het hart van het bestaan te maken. Dan wordt er een stukje levenskunst gepakt. Want juist het ontbreken van dit laatste was voor veel cliënten in de verslaafdenzorg het struikelblok.
Je leert vanuit je volwassen zijn opnieuw te spelen, onbevangen als een kind.
Dan wordt enerzijds het denken meer beweeglijk en anderzijds het doen meer bewust. In de muziek komen denken en doen geïntegreerd samen.

In de behandeling op Arta neemt het hart dan ook een centrale plaats in. Naast enerzijds het denken over je dagelijkse leven en je biografie en anderzijds het doen als therapie wordt nooit voorbijgegaan aan hoe iets voelt. Behalve muziektherapie zijn er nog andere therapieën waarbij het voelen centraal staat. Doel is om je te laten ontdekken waar het voor jou nu eigenlijk om gaat. Waar ligt je passie? Waar loop je warm voor? Waar houd je van?

Zowel voor de gevoelsarme als voor de overgevoelige cliënten kan muziektherapie de aanzet geven om de verslaving te overwinnen.
De overgevoelige cliënt kon zich zonder hulpmiddelen niet staande houden. Hij gebruikte heroïne of alcohol om alles wat hij liever niet wilde voelen eronder te houden. Muziek kan soms de weggestopte stukjes te bereiken, deze los te maken en vervolgens een plek te geven. Anderen gebruikten bijvoorbeeld cannabis of XTC om de confrontatie met de harde realiteit wat zachter maken. Muziek kan deze mensen helpen landen.
De gevoelsarme cliënt had hulpmiddelen nodig om nog iets te voelen. Met muziek lukt het regelmatig om tot het gevoel door te dringen, om stukje bij beetje tot in de fijnere nuances het eigen gevoelsleven te (her)ontdekken en te hanteren. Muziek kan ook een rol spelen bij het invullen van de leegte die achterblijft na een verslaving. Het voedt de fantasiekrachten. De illusie lost op.

Muziek kan een hulpmiddel zijn om het contact met de eigen binnenwereld te herstellen. Muziek kan ook een zeer sociaal gebeuren zijn. Dan wordt het een veilige manier om uit isolement en eenzaamheid te geraken. Muziek helpt je om je eigen gevoel vorm te geven, ingebed in de omgeving (in het geval van groepstherapie).

Al musicerend kun je keuzes maken, grenzen stellen, mee bewegen met de omgeving, je profileren, jezelf leren kennen, improviseren, activiteiten voorbereiden, pauze leren nemen, op tijd leren zijn, initiatiefkracht ontwikkelen, jezelf realiseren, ruimte innemen, plaats maken voor een ander, leiding geven, volgen, luisteren, terughouding betrachten, voor jezelf opkomen.

In de verslaafdenzorg hebben we ook niet zelden te maken met het ‘geen bodemsyndroom’. Sommige mensen lijken als een soort aliens op deze aardbol rond te dolen. Als je muziek maakt kun je je opgenomen voelen in een groter geheel. Je voelt je veilig in de muzikale wetmatigheden. Over deze muzikale wetten hoeft niet gediscussieerd te worden. Ze zijn er als vanzelfsprekend. Ze zijn niet gekoppeld aan eventuele traumatische ervaringen die met geboden, verboden, autoriteiten e.d. of andere inbreuken op de persoonlijkheid te maken hebben. De wetten van het muzikale hebben een oorsprong die veel verder terug gaat. Muziek maken, vooral met oude instrumenten, kan helpen het contact met de oorsprong te herstellen. Muziek kan weer bodem geven. Voor de een betekent dit een beter contact met de aarde, voor de ander juist een ontmoeting in of met het spirituele.
Je kunt je soms ook herkennen in een bepaald instrument. Eindelijk voel je je gezien. Je voelt je weer thuis in het hier en nu. Je kunt je plaats weer bepalen op de deze aardbol.
Je krijgt je gevoel voor schoonheid en waarheid weer terug. Je leert weer op je intuïtie te vertrouwen.

In de muziektherapie kunnen twee werkrichtingen onderscheiden worden: het uitleven en het inleven. Beide richtingen moeten geïntegreerd toegepast worden.
In een 'alles of niets' dynamiek is  muziek een middel om een ademend midden te vinden.

Paul de Ridder, muziektherapeut bij Arta in Zeist-NL , april 2000

naar de top

  

Heelheid ervaren door muziek te maken

Interview met Paul de Ridder, muziektherapeut op Arta, door Arianne Collee (www.draadvanarianne.nl)

“In de muziektherapie is perfectionisme regelmatig een belangrijk thema. Zingeving komt daarbij impliciet aan de orde”, zegt muziektherapeut Paul de Ridder, werkzaam bij verschillende afdelingen van Arta. “De ervaring leert dat veel van onze cliënten een instrument bij voorkeur meteen onder de knie willen hebben. Moeite doen om iets te leren, is voor het merendeel van onze cliënten lastig. Ik vertel hen dan dat het om de weg gaat, en niet om het doel. Ik leer cliënten achterom kijken: ‘Kijk, daar was je, en nu ben je hier. Je hebt zoveel stapjes gemaakt. Je bent op weg. Je bent in ontwikkeling. En dát is waar je het voor doet. Dát is de zin.’ Het doel van cliënten ligt vaak zo ver weg, dat ze er alleen maar moedeloos van worden. Dat wordt bijvoorbeeld hoorbaar in improvisaties. We trommelen met een groep en iedereen krijgt de gelegenheid te soleren. Als ze iemand anders horen die toevallig geweldig kan trommelen, proberen cliënten dat vaak na te doen. Maar dat valt meestal tegen, want een doortimmerde solo schud je als beginner niet uit je mouw. Het ‘ideaal’ van dergelijke ‘beginners’ is dan niet stimulerend en richtinggevend, maar frustrerend en verlammend. Het enige wat er voor hen op zit is een eenvoudige improvisatie. Daar balen ze dan van, want dat klinkt in hun oren een beetje suf. Ik geef ze dan terug dat ze moeten beginnen bij de basis, en van daaruit op weg gaan; zo maak je je ideaal functioneel. In het musiceren wordt meteen duidelijk dat je niet ver komt als je je ideaal te hoog stelt en dat ander gedrag wél resultaten oplevert.

“Moeite doen om iets te leren, is voor het merendeel van onze cliënten lastig.”

Uit de manier waarop iemand muziek maakt en met een instrument omgaat, is heel veel af te lezen. Eén streek op de chrotta - een ‘keltische cello’ - , geeft al allerlei informatie over de manier waarop een cliënt in het leven staat. Zo zijn er mensen die heel kort en oppervlakkig strijken. Hen probeer ik een vollere streek met meer diepgang te laten maken. Ik ben er van overtuigd dat dit zijn weerslag heeft op de manier waarop de betreffende cliënten in het leven staan. Met het oefenen van een langzame en diepe streek, ervaar je tegelijk de andere levenshouding die bij zo’n streek hoort."

"Het klinkt misschien vaag,” zegt Paul de Ridder aarzelend, “maar ik werk vanuit de gedachte dat muziek een geschenk van de goden is. De wetmatigheden die in de muziek van toepassing zijn – denk daarbij bijvoorbeeld aan het feit dat elke toon van onze toonladder correspondeert met de omloopfrequentie van een van de planeten - vormen een afdruk van de kosmos, de ‘godenwereld’. Door te musiceren, betreed je die wereld en in de muziek is de kosmische samenhang ervaarbaar. Alleen dat is al zingevend, want cliënten met een verslavingsproblematiek zijn het contact met hun oorsprong grotendeels kwijt. In de muziek herkennen ze – onbewust - hun bron en ervaren ze iets van heelheid en samenhang. 

Eigenlijk vind ik het feit dat deze cliënten om van hun verslaving af te komen een intensief programma bij Arta doen, al behoorlijk zingevend. Vaak verzuchten cliënten: 'Ik voel me een sukkel. Ik zou in de bloei van mijn leven kunnen zijn, maar ik heb er een zooitje van gemaakt.' Dan denk ik altijd: 'Maar je bent nu wél aan het werk met de vraag die het leven jou stelt. Je bent jouw plaats in het leven, in de samenhang aan het innemen.'"

uit de nieuwsbrief behorende bij de Lievegoedlezing 2004, thema: zingeving.

naar de top 

Muziektherapie in de verslaafdenzorg op Arta

Artikel in Reliëf voorjaar 2006, het blad van de Vereniging voor Kunstzinnige Therapieën op Antroposofische Grondslag.

Paul de Ridder is sinds zijn afstuderen op de Wervel in 1994 werkzaam bij Arta, landelijke antroposofische instelling voor verslaafdenzorg, tegenwoordig onderdeel van de Arta-Lievegoedgroep. Hij is als muziektherapeut actief op de afdelingen Ambulant, Aanzet en Witte Hull in Zeist, zowel met groepen als individueel. Daarvoor was hij muziekleraar op een IVO-school en koordirigent. Verder heeft hij liedjes en muziek geschreven en opgenomen voor KRO jeugdradioprogramma’s. Naast zijn huidige werk als muziektherapeut draait zijn djembéschool Kobadji op volle toeren. Tevens verzorgt hij workshops djembé, klankimprovisatie.

 In de verslaafdenzorg op Arta hebben we te maken met volwassenen die een probleem hebben met het dwangmatige gebruik van alcohol en/of andere drugs en met gokken. Anorexia, boulimia, sex- en PC-verslaving komen bij ons alleen als secundaire verslavingen voor. Er kan een poliklinische (meestal individuele)-, een deeltijd- of een intramurale route gevolg worden. Dit is afhankelijk van de mate waarin er naast de verslaving nog sprake is van een netwerk (familie, vrienden, relaties), huisvesting en werk of studie. Veel van onze cliënten worstelen met persoonlijkheidsproblematiek, ADHD en/of trauma’s. Het middelenmisbruik is nogal eens ontstaan als zelfmedicatie. Een aantal volgt voor of na hun behandeling op Arta een psychiatrisch traject. Onze verbinding met de Lievegoedgroep heeft deze overstap vereenvoudigd. Ook zijn er cliënten die in aanraking geweest zijn met justitie. Wat het werken met (ex)verslaafden interessant maakt, is de herkenbaarheid van hun problematiek. Je ontmoet op Arta dezelfde tendensen als bij ‘normale’ mensen, maar dan uitvergroot.

Op Arta Ambulant worden naast verschillende gesprekstherapieën lichaamsgerichte therapie, psychodrama, toneel en de kunstzinnige therapieën beeldend en muziek aangeboden. Op de therapeutische gemeenschappen wordt met inwrijvingen, euritmie, haptonomie en de kunstzinnige therapieën spraak, beeldend en muziek gewerkt.

Bij de groepsmuziektherapie zijn de belangrijkste ingrediënten zingen (liedjes, canons, klankademoefeningen), djembé spelen en klankimprovisaties. In individuele sessies gebruik ik vaak djembé, chrotta, cornamuse, trompet, klankademoefeningen, bourdonliertjes, didgeridoo, boventoonfluit en bamboefluit.

Bij alcoholisten wordt vaak gewerkt aan het vergroten van de beweeglijkheid en het doorbreken van patronen. Bij andere cliënten vooral aan structureren. Bij allemaal aan ‘door-ikken’, doordenken en doorvoelen en aan zelfsturing. Andere thema’s zijn ruimte geven/nemen, in de daad stappen/onthaasten, geen bochten afsnijden, ergens warm voor lopen, aarden/loslaten, contact maken/ je eigen koers houden, bewustzijn tijdens het handelen, tevreden zijn met hier en nu, vertrouwen in jezelf/de ander en spelen om het spelen. Als therapeut moet je soms omhullen, dan weer confronteren. En als het goed is maakt de cliënt zich tenslotte een stukje levenskunst eigen.

 Een voorbeeld uit een groepssessie.
Staand in een kring zingen we op noe / la ti do re / mi ­_ _ _ /, een eenvoudige melodie binnen de veilige kwint in een dito 4/4 maat, ademend, met een lange pauze erin, naar binnen gericht (mineur) en licht (stijgend). We doen het in 2-, 3- en 4-stemmige canon. Daarna terug naar eenstemmig, we voeren het tempo op, zingen op doe en brengen er swing in door de mi iets voor de tel te starten. Dan stappen we met de rechter- en linkervoet op de maat mee. De armen bewegen mee. Vaak wordt de pauze in het melodietje spontaan improviserend ingevuld; een in gang gezette beweging loopt van nature graag door. Eerst allemaal tegelijk, later vullen we om de beurt individueel de pauze in. Binnen de veilige setting durft bijna iedereen zich te laten horen. Op de muzikale stroom gedragen door het ether- en het astraallijf ontstaan eigen improvisaties (ik-activiteit). Binnen de kaders van maat en toonsoort kan veilig een stukje vrijheid geëxploreerd worden. Het levert meestal plezier, levenslust en zelfgevoel op. En dat zonder jezelf te beschadigen, wat voor (ex-)gebruikers bijzonder is. De volgende stap (meestal in een volgende sessie) is weer vertragen, terug naar noe, de swing eruit, nog verder vertragen, de uiterlijke beweging terugnemen en stoppen, weer even in canon en dan opnieuw invulimprovisaties. Nu is het een ander verhaal. Door het lage tempo is de astrale component veel kleiner geworden. Vooral het etherlijf en het ik worden aangesproken. Omdat het astraallijf recent flink in beweging geweest is, is dat voldaan en protesteert niet (direct). De improvisaties vragen meer ikkracht, worden minder door de stroom gedragen. De muziek zelf (objectief dus) vraagt nu een geheel andere invulling. Confronterend én bevrijdend.

Bovenstaande is exemplarisch voor mijn aanpak. Ik werk graag met uitersten (astrale dynamiek) met als doel het ademende midden te versterken. De door middelengebruik en/of trauma’s verstoorde wezensdelenconfiguratie wordt geharmoniseerd.

 Een belangrijk deel van de sessies op Arta bestaat uit djembé spelen. Dit instrument spreekt de onderpool aan, waar de vaak ongerichte wil van onze cliënten woont. Letterlijk krijgen ze door het trommelen meer grip op hun handelen. Het geeft ze de kans dit meer te ‘door-ikken’ zonder in het hoofd te schieten. Maar je moet wel het hoofd erbij houden. Je moet a.h.w. een stukje denken meenemen de beweging in. Dan voorkom je ook tranceachtige verschijnselen die veroorzaakt worden door het op de automatische piloot herhalen van motiefjes en die juist ‘ont-ikkend’ zijn. Er wordt begonnen met eenvoudige, structurerende 4/4-ritmes. Dan stapsgewijs de complexere patronen. In het geheel ontstaat een samenspel van verschillende, vaak tegendraadse ritmes. Hoe verder je komt in Afrikaanse percussie, hoe steviger je de puls (de beat) binnenin jezelf moet voelen, moet genereren. De bassen zitten dan steeds vaker juist niet op de 1e tel, waar je ze zou verwachten en de boventoonrijke ‘slaps’ gaan ook steeds vaker tegen de maat in. Vergelijk dit eens met de monotone beats van disco en house. Die worden luid en duidelijk over de luisteraars uitgestort. Afrikaanse percussie biedt een tegenwicht tegen de innerlijke luiheid die door hedendaagse popmuziek wordt veroorzaakt. Sleutel bij de therapie met de djembé is het gezichtspunt dat een ritmepatroon geen zelfstandige grootheid, maar een variatie op een doorgaande beweging is. Patronen zonder inbedding wonen in het hoofd, de doorgaande beweging woont in het etherlijf. Als je volgens deze visie djembé speelt, wordt het etherlijf versterkt en worden de innerlijke beweeglijkheid en vitaliteit vergroot. Dit gezichtspunt staat centraal op de workshop die ik op de komende muziektherapeuten conferentie (Hemelvaart 2006) ga geven.

 In een groep van een 2-daagse deeltijdbehandeling op Arta Ambulant hebben we de gewoonte een klankbeeld te maken van de deelnemer die die week geëvalueerd wordt. Ieder kiest een instrument en een motiefje dat hij/zij vindt passen bij de betreffende deelnemer. Ieder laat zijn motiefje horen en vertelt in een paar zinnen wat hij daarmee uitdrukt. Tenslotte wordt er vrij improviserend een geheel van gemaakt. We ontstijgen dan even de gangbare muzikale wetmatigheden zoals maat, ritme, melodie en harmonie. We spelen de betreffende deelnemer dan toe, als een geschenk. Bijna altijd is zo’n klankimprovisatie een bijzondere gebeurtenis die veel deelnemers raakt en die samen met de evaluatie in woorden een evenwichtig geheel vormt.

Paul de Ridder, februari 2006

naar de top